| |
Verslag
van de NVBS-SNE reis Sporen in het land van Mao en Kim Il Sung.
11 augustus 4 september 2001
|

Zandduinen,
de trein rijdt aan de andere kant van de kabelbaan. (226kb)
Het lijkt wel chirugie in zo'n werkplaats. (318kb)
Werken in de hoogovens, redelijk onbeschermd. (250kb)

Leuzen om de moed erin te houden. Vrouwen op de werkvloer zijn een normaal
verschijnsel. (147kb)

Fietsenstalling met hertjes. (172kb)
Misterieuze sfeer in de werkplaats. (274kb).
|
|
EERST
NAAR
LEESWIJZER
INLEIDING
CHINA
CHINA LOC voor LOC
Chengde
Shen Yang
Anshan
Baotou
Fushun
Jinpeng, de pas
Datong
CHINA, THEMA'S ONDERWEG
In de trein
hard- en softsleepers
Het verkeer
Het weer
Cultuur
De Chinezen
Vuilnisophalers en vervuiling
Stedenbouw
25 dagen hello
Wc- en darmpraat
Gras
Hutongs en markt
Geld en prijzen
Eten
NOORD-KOREA
NOORD-KOREA
Inleiding
Het land binnen komen
Op naar P'Yongyang
Kim en Kim religie
Metro, treinen en locs
Een bijzondere grens
I
Gat in de weg
Een bijzondere grens
II
Het verkeer
Onderweg
De toekomst
ALGEMEEN
Slot
Links
Disclaimer
|
China
Loc voor loc
BAOTOU
Het is schemerdonker als we Baotou binnenrijden
en al weer zijn de perrons schaars verlicht. Onderweg hebben we kunnen
zien dat het dagen achtereen onophoudelijk heeft geregend. De velden stonden
blank en op sommige plaatsen waren opzettelijk de dijken doorgebroken
om het water kwijt te raken. Het stationsplein van Baotou is ook ondergelopen
de gehele inhoud van de trein wordt door een donkere steeg naar buiten
geleid. Een enkeling weet nog een zaklamp te vinden. We moeten moeite
doen om de drek te omzeilen en komen in een woud van taxi’s terecht die
elkaar allemaal toeterend willen passeren, er is alleen geen ruimte. Op
een terp kunnen we de zaak observeren: modder, modder en meer modder.
Eén lichtpuntje in het duister, met onze komst is de regen verdwenen.
Na de zandduinen aan de rand van de Gobiwoestijn (er was 1 stoomtrein
te zien geloof ik) mogen we de staalfabriek bezoeken. Er wordt daar ook
nog met stoomlocs gereden en de commercie heeft flink toegeslagen, er
moet gelapt worden: 60 Yuan (fl. 18,--) p.p. is een groot bedrag. In de
toeristenindustrie gaat veel geld om, dat is wel duidelijk en geef ze
eens ongelijk. Voor dit geld worden we wel met busjes en al IN de smelterij
gereden en mogen er kort rondlopen, geheel zonder bescherming. De paniek
slaat toe als we weg moeten: er zijn 2 stoomlocs gesignaleerd. Als we
na de onderhandelingen van de gids en de vertegenwoordiger van de hoogovens
even later op de plek aankomen is er één verdwenen.
Voordat we de walserij in gaan krijgen we wel een helm op. We zijn heel
benieuwd. Helaas wordt er niet gewalst, nieuwe mallen voor het walsen
van rails worden ingelegd, dat duurt wel een week of zo, of langer. Het
formaat van de dingen in zo’n walserij is altijd weer indrukwekkend. We
lopen gedwee achter de gids aan, verstaan geen woord van wat er gezegd
wordt en binnen 15 minuten zijn we ook weer buiten. De fabriek is intens
smerig, een laag roet en stof ligt op alles wat maar horizontaal is. Niets
aanraken dus en witte sokken zijn niet meer wit na afloop.
Het aardigst op dit industrieterrein was misschien wel de reparatiewerkplaats
van de locs. Er hangt een gemoedelijk sfeertje en bijna alles is zwart,
glanzend van de olie of mat van het stof. De mensen zijn erg vriendelijk,
maar wel verlegen. En wordt geduwd en gelachen achter de draaibanken als
we foto’s willen maken. Ik spot zelfs een paar zwarte lakschoentjes achter
de werkbank! Vrouwen aan het werk in de metaal zijn hier heel gewoon.
Ik denk dat er in de rustige uren wordt gewerkt aan de versieringen op
het terrein, menig hekwerk is opgeluisterd met gelastte vrolijke hertjes,
het symbool van Baotou. Als we het terrein afrijden komt de avondploeg
ons op de fiets tegemoet zetten, wij denken voorlopig maar weer aan een
frisse douche.
|